Tool netbeheerder

Hoe verschilt de netvergoeding voor zonnepaneleneigenaars per gewest?

De manier waarop de vergoeding voor zonnepaneleneigenaars per gewest verschilt, typeert wel een beetje ons Belgenland. In Vlaanderen, Wallonië en Brussel ziet het plaatje er namelijk telkens anders uit, met uiteenlopende consequenties voor de prosument.

Vlaanderen: van prosumententarief naar tarief op basis van werkelijke afname

Het prosumententarief is de jaarlijkse vergoeding die eigenaars van zonnepanelen met een terugdraaiende teller sinds 2015 betalen voor het gebruik van het distributienet. De belangrijkste bestaansreden? Consumenten die zelf (een deel van) hun energie opwekken, ook prosumenten genoemd, droegen voorheen niet of in beperkte mate bij aan het gebruik van het net, waardoor de andere netgebruikers de kosten nagenoeg volledig droegen. Een forfaitaire jaarlijkse heffing zorgde dus voor een meer rechtvaardige verdeling van die lasten.

Overgangsregeling bijna ten einde

Voor wie na 1 januari 2021 zonnepanelen plaatst, geldt automatisch een nieuwe regeling. De prosument betaalt dan nettarieven op basis van de werkelijke afname van het elektriciteitsnet. Dat systeem stimuleert hem om zijn verbruik maximaal af te stemmen op de energieproductie van zijn zonnepanelen. Het loont dan bijvoorbeeld om de wasmachine op een zonnig moment te starten. Wie zonnepanelen plaatst vanaf 2021, maakt aanspraak op een nieuwe Vlaamse premie. Die vergoeding bedraagt 300 euro per kilowattpiek (kWp) voor installaties tot 4 kWp. Ligt het vermogen hoger, dan neemt dat bedrag af: voor de kWp tussen 4 en 6 kWp bedraagt het nog 150 euro per kWp, met een maximum van 1.500 euro per installatie.

Wallonië: prosumententarief: forfaitair of proportioneel

Wallonië: forfaitair of proportioneel prosumententarief

De invoering van het prosumententarief in Wallonië lijkt wel een (politieke) soap. Na veelvuldig uitstellen kwam de Waalse regering tot een vergelijk. Het prosumententarief gaat van kracht op 1 oktober 2020. De Waalse overheid voorziet begeleidende maatregelen. In eerste instantie ontvangen de prosumenten een vergoeding van honderd procent van het prosumententarief voor de opgewekte energie die ze niet zelf verbruiken. Die compensatie bedraagt vanaf 2022 nog 54%. Vanaf 2024 moet het voor eigenaars van zonnepanelen mogelijk zijn om hun niet-verbruikte elektriciteit door te verkopen, waardoor de compensatie van de Waalse regering wegvalt.

Twee tariefmodellen

De Waalse prosument kiest voor de berekening van het prosumententarief tussen een forfaitair tarief en een vast tarief, ook wel proportioneel tarief genoemd. Het forfaitaire tarief hangt af van de maximale capaciteit van de fotovoltaïsche installatie en gelijkt sterk op het prosumententarief dat Vlaanderen nog tot eind dit jaar hanteert. Het proportionele tarief is berekend op basis van de elektriciteit die de prosument effectief van het net haalt. Hoe meer energie u verbruikt, hoe meer u betaalt. Het moedigt de eigenaars van zonnepanelen aan om energie te verbruiken op het moment dat zijn zonnepanelen die opwekken. Dat model toont dus sterke gelijkenissen met de nieuwe regeling die Vlaanderen vanaf 2021 invoert. Voor die tariefformule is een bidirectionele meter vereist, die de prosument zelf moet financieren.

Brussel: nettarieven op basis van het reële verbruik

Het Brusselse Gewest heeft op 1 januari 2020 een einde gemaakt aan het principe van de terugdraaiende teller, in de hoofdstad beter bekend als het compensatiesysteem. Elke prosument moet er verplicht over een digitale of bidirectionele meter beschikken. Dat toestel maakt het mogelijk om de nettarieven rechtstreeks te linken aan de hoeveelheid elektriciteit die de prosument van het net afneemt. Die meting op basis van de werkelijke elektriciteitsstromen draagt volgens energieregulator Brugel bij tot een rationeel energieverbruik. In tegenstelling tot in Vlaanderen en Wallonië is het systeem van groenestroomcertificaten in Brussel voor kleine verbruikers nog altijd van toepassing, al neemt het aantal certificaten er stelselmatig af.

Algemene trend naar autoconsumptie

U merkt het: van een uniforme aanpak tussen de gewesten is geen sprake. Toch kunnen we globaal spreken van een evolutie richting een hogere autoconsumptie, waarbij de prosument in het ideale geval meer van zijn zelf opgewekte energie verbruikt in plaats van ze in het net te injecteren.

Bron: HLN.be, 29 september 2020 met dank aan Mijnenergie.be

Meer van dit soort nieuws ontvangen?

Schrijf u gratis in op onze nieuwsbrief

Share this post

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *